Kleine verliezen op Wall Street

AMSTERDAM/NEW YORK - 03-11-2009 - De effectenbeurzen op Wall Street stonden dinsdag halverwege de handelsdag op een klein verlies. Vooral technologische fondsen en aandelen van financiële instellingen waren weinig geliefd.

De Dow-Jonesindex van dertig hoofdfondsen stond na vier uur handel 0,3 procent lager op 9756 punten. De brede S&P 500 ging 0,2 procent achteruit tot 1041 punten. Technologiegraadmeter Nasdaq boette eveneens 0,2 procent in bij een tussenstand van 2044 punten.

De technologische sector stond onder druk na een negatief rapport van analisten van Morgan Stanley over de halfgeleiderindustrie. De bank verlaagde zijn waardering voor de sector en voor chipfabrikant Intel. Dat bedrijf leverde daarop 3 procent van zijn waarde in en was daarmee de sterkste daler van de Dow Jones. Softwareconcern Microsoft en netwerkbedrijf Cisco bungelden eveneens onderaan de hoofdindex, met een koersverlies van ongeveer 1 procent.

Onrust
De onrust rond de opsplitsing van de Britse banken Lloyds en RBS, die de Europese banken eerder op de dag al parten speelde, zette ook de koersen van Amerikaanse banken in de min. Citigroup zag 2 procent van de beurswaarde verdwijnen en Bank of America ging ruim 1 procent achteruit. Voor concurrenten JPMorgan Chase en Morgan Stanley bleef de schade met verliezen van respectievelijk 0,5 en 0,1 procent nog redelijk beperkt.

De mineurstemming op de beurzen werd enigszins gecompenseerd door miljardair Warren Buffett, die eerder op de dag de overname van spoorwegbedrijf Burlington Northern aankondigde. Met een totale waarde van ongeveer 44 miljard dollar is het de grootste overname die Buffett ooit deed. Het aandeel Burlington spoot na de aankondiging bijna 30 procent omhoog tot bijna 98 dollar. Buffett bied de aandeelhouders van Burlington 100 dollar per aandeel. De overname verhoogde het vertrouwen in de de rol die spoorlijnen kunnen spelen bij economisch herstel en zorgde bij concurrenten Union Pacific en CSX voor koerswinsten van ongeveer 7 procent.

De euro was halverwege de Amerikaanse handelsdag 1,4685 dollar waard. Bij het slot van de beurzen in Europa eerder op de dag noteerde de euro op 1,4640 dollar.